Deze gegevens komen uit de Veiligheidsmonitor 2025, een tweejaarlijkse enquête onder mensen van 15 jaar of ouder. In totaal hebben 200.000 mensen aan het onderzoek meegedaan.
De afgelopen twintig jaar zijn de algemene onveiligheidsgevoelens wel gedaald: in 2005 liet nog 50 procent van de ondervraagden weten zich soms onveilig te hebben gevoeld. Vanaf 2021 namen de onveiligheidsgevoelens weer toe. In 2025 waren deze met 37 procent net zo hoog als tien jaar eerder.
Er zijn twee keer zo veel jonge vrouwen (60 procent) als mannelijke leeftijdsgenoten (27 procent) die zich af en toe onveilig voelen. Van de inwoners in grote steden had 43 procent ermee te kampen, tegenover 29 procent van de bevolking in niet-stedelijke gemeenten. Het zijn vooral de inwoners in de grootste gemeenten waar de algemene onveiligheidsgevoelens in verhouding hoog liggen. Zo voelt 59 procent van de inwoners in het Amsterdamse Basisteam Centrum-Burgwallen, 57 procent in het Rotterdamse Basisteam Centrum en 54 procent in het Basisteam Utrecht-Centrum zich wel eens onveilig. De onveiligheidsgevoelens zijn in verhouding laag in Twente-West (21 procent) en Noordoost-Twente (20 procent).
Traditionele en online criminaliteit
In 2025 bleef het aandeel slachtoffers van traditionele vormen van criminaliteit, zoals inbraak, diefstal, geweld en vernieling met 20 procent onveranderd. Dit zijn ongeveer 3 miljoen mensen. Tussen 2021 en 2023 was er nog sprake van een stijging, vooral bij geweldsdelicten. Daarvoor daalde dit tien jaar lang. Cijfers over geregistreerde misdrijven geven hetzelfde beeld. In 2025 kregen wij ongeveer evenveel meldingen van traditionele misdrijven als in eerdere jaren. Wel zijn er kleine verschillen per soort misdrijf. Het aantal diefstallen, verduisteringen en inbraken daalde in vergelijking met 2023 met 3 procent, terwijl het aantal vernielingen en beschadigingen steeg met 2 procent. Ook het aantal geweldsdelicten en seksuele misdrijven nam toe, met 9 procent.
In 2025 zei 17 procent van de 15-plussers in de afgelopen twaalf maanden slachtoffer te zijn geweest van online criminaliteit. Dit is iets meer dan in 2023, maar gelijk aan 2021. Wel kwamen meer mensen in aanraking met online oplichting en fraude dan in de jaren daarvoor. Vooral aankoopfraude, waarbij bestelde en betaalde goederen of diensten niet worden geleverd, nam toe. Hacken komt minder voor dan in 2021.
Slachtoffers
65-plussers zijn het minst vaak slachtoffer van online criminaliteit. Jongeren tussen de 15 en 25 jaar hebben relatief vaak te maken met online bedreiging en intimidatie.
Een op de vijf slachtoffers van online criminaliteit geeft aan dat het online delict heeft geleid tot emotionele of psychische problemen en/of financiële problemen. Emotionele of psychische problemen worden het vaakst genoemd: 17 procent had hier last van, 8 procent kreeg financiële problemen. Van alle slachtoffers van online criminaliteit meldde 52 procent bij een instantie wat hen overkomen is, 15 procent deed aangifte bij de politie.
Van de inwoners van Nederland gaf 18 procent aan vaak of soms respectloos behandeld te worden door onbekenden op straat. In het openbaar vervoer ligt dat percentage op 10 en een bijna vergelijkbaar percentage door personeel van winkels of bedrijven. Het minst wordt respectloze behandeling ervaren van personeel van overheidsinstanties en van bekenden zoals partner, familie of vrienden (beide 7 procent).
Meer ervaringen met discriminatie
Ruim 1 op de 10 (12 procent) zegt zich gediscrimineerd te hebben gevoeld. Dat is iets meer dan in 2023. 41 procent van de mensen die vorig jaar een of meer ervaringen met discriminatie hadden, zegt dat dit was op grond van ras of huidskleur. In 2023 was dat 39 procent. Bij 34 procent van de mensen met discriminatie-ervaring ging het om nationaliteit, bij 29 procent om geslacht, en bij 17 procent om leeftijd. Discriminatie op grond van godsdienst of levensovertuiging werd in 2025 door 19 procent van de mensen met discriminatie-ervaring genoemd, in 2023 was dat 16 procent.
Van de mensen met discriminatie-ervaring zegt 39 procent dat dit door instanties of professionals gebeurde, bijvoorbeeld de landelijke overheid, een politicus, de gemeente of de politie. Ruim de helft (53 procent) van de mensen met discriminatie-ervaring geeft aan hierdoor minder vertrouwen in mensen te hebben. Ruim een kwart (26 procent) voelde zich er minder veilig door. In 2023 lag dit percentage lager (21 procent). Verder kreeg 14 procent depressieve klachten en 11 procent slaapproblemen.
11 procent van de mensen die zich gediscrimineerd voelden, meldde dit bij een of meer instanties. 2 procent van degenen die zich gediscrimineerd voelden, deed aangifte bij de politie. Dit komt overeen met 2023.
Contact met de politie
In 2025 had ruim een kwart van de inwoners van Nederland een of meerdere keren contact met de politie. Dit is bijna hetzelfde als in 2023 en 2021. De tevredenheid over het contact met de politie verschilt weinig naar de plek waar dit plaatsvond: ongeveer 2 op de 3 zijn (zeer) tevreden over dit contact, zowel in de eigen buurt, elders in de eigen gemeente als daarbuiten. Op de lange termijn, vanaf 2005, is de tevredenheid over het contact met de politie in de eigen gemeente met 20 procent toegenomen.
8 procent van de inwoners van Nederland meldt dat zij in 2025 gecontroleerd zijn door de politie. Een ruime meerderheid van hen (81 procent) zegt dat de politie hen bij de controle rustig, respectvol en correct behandelde. Eén op de tien personen denkt dat hun afkomst, huidskleur of uiterlijk een reden was voor de controle.
Ruim 1 op de 3 (35 procent) is (zeer) tevreden over het functioneren van de politie in de buurt. 8 procent is (zeer) ontevreden en 29 procent is niet tevreden en niet ontevreden. Bijna de helft (48 procent) is (zeer) tevreden over het functioneren van de politie in het algemeen. 10 procent is (zeer) ontevreden en 29 procent is niet tevreden en niet ontevreden. Vergeleken met 2005 is de tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt met 4 procent gestegen. Vanaf 2019 is wel een afname zichtbaar.
Zichtbaarheid
Van de ondervraagden zegt 9 procent de politie vaak in de eigen buurt te zien, 35 procent soms, 42 procent zelden en 14 procent nooit. Een meerderheid (56 procent) geeft dus aan de politie zelden of nooit in de eigen buurt te zien. Dit is vergelijkbaar met 2023 en 2021. Ruim 3 op de 10 zijn (zeer) tevreden over de zichtbaarheid van de politie in de eigen buurt; ruim 2 op de 10 zijn (zeer) ontevreden hierover. De rest is tevreden noch ontevreden (36 procent) of heeft geen oordeel over de zichtbaarheid van de politie in de buurt (12 procent). De tevredenheid over de zichtbaarheid van de politie in de buurt is in 2025 bijna hetzelfde als in 2023 en 2021. De zichtbaarheid van de politie in de buurt en de tevredenheid hierover is in meer verstedelijkte buurten groter dan in minder verstedelijkte buurten.

8.2 ℃




































